Veel vissen zijn in staat om grote snelheden te ontwikkelen bij het zwemmen; een zeer grote snelheid kan de vis echter niet lang volhouden. Daarom ziet men dat een vis na even pijlsnel door het water te schieten, stilhoudt. De manier van zwemmen hangt af van de lichaamsbouw, b.v. de Prake of Sidderaal en de Logo-logo zwemmen min of meer kronkelend door het water.

De Sparie of Rog gebruikt haar borstvinnen, terwijl de gestroomlijnde vissen met hun slanke lichaam, zoals de Kandra-tiki, Koebi en andere soorten snelle zwemmers zijn. Aan de rompspieren ontleent de vis de nodige kracht voor zijn voortbeweging in het water. De vinnen werken ook als rem en roer; ze stellen de vis in staat onbeweeglijk in het water te staan.
Er zijn veel vissen die op bepaalde ogenblikken gebruik maken van reactie-voortstuwing, door krachtig water uit hun kieuwen te stoten.

Vele vissen kunnen geregeld uit het water opspringen, hetzij om te ontkomen aan hun belagers, hetzij om een hindernis te ontwijken. Ook de staartvinnen leveren vaak een belangrijk aandeel bij het ontwikkelen van de zwemkracht.

Samenstelling: ASHOK PHERAI’s NATURE SCOPE
Facebook: in 1 deel weergegeven | 25 maart 2022

Aantal keer gedeeld

Pin It on Pinterest

Share This