Herten zijn een familie van herkauwende, evenhoevige zoogdieren. In Suriname komen er 3 soorten voor, n.l.: de savannehert of sabanadia, groot boshert of redidia en de klein boshert of kuriaku.
Alleen mannelijke savanneherten dragen een gewei; de 2 andere soorten dragen geen gewei, maar hoorns. Dit zijn blijvende uitsteeksels aan de kop van beide geslachten. Alle herten zijn grazers (herbivoren) en eten gras, planten en jonge takken. Ze zijn dagelijks ongeveer 7 uren bezig met grazen.
Afhankelijk van het voedselaanbod leven er 3 tot 10 dieren per 100 ha. Het geloei van de mannetjes in de bronsttijd heet ‘burlen’.
Bronsttijd is de voortplantingsperiode, waarbij er soms wordt gevochten om een vrouwtje. De bronstplaats, ook wel ‘lek’ genoemd, wordt gemarkeerd door langs de bomen te schuren; met de hoeven krabt het mannetje een ondiepe kuil in de grond, die hij besproeit met urine en sperma waarin hij zichzelf wentelt. Hiermee worden de vrouwtjes gelokt.
Mannelijk hert wordt hert of bok genoemd, vrouwelijke hert een hinde, babyhert een kalf, een groep herten een roedel en jonge herten met geweien worden ook wel spitsers genoemd.
Bron: ASHOK PHERAI’s NATURE SCOPE