Zeer giftig

“Pasgeboren ratelslangen hebben ook hoektanden en gifklieren; hun gif is krachtiger, maar in kleinere hoeveelheid dan dat van hun moeder”.

De sakasneki (Ned: Zuid-Amerikaanse ratelslang) heeft een ietwat driehoekig afgerond, gedrongen lichaam. Het is een terrestrische (bodembewonende) slang. De kop is dik met een afgeronde neus. De nek is dunner dan de kop.

Tussen ogen en neus zit aan weerszijden de warmtegevoelige holte. De staart is kort, met als kenmerk een aantal losjes verbonden, verhoornde ringen aan het eind; dit is de ‘ratel’ waaraan deze slangen hun naam danken.

De kleur van de sakasneki is lichtbruin met over de rug regelmatige bruine, ruitvormige figuren. Over de bovenkant van de kop en nek lopen bruine lengtestrepen.

“De ratel van de ratelslang is een soort rammelaar, vermoedelijk een waarschuwingsapparaat, samengesteld uit hoornige, losjes verbonden holle segmenten, waarvan er één wordt toegevoegd telkens wanneer de slang zijn huid afwerpt”.
Deze slangen worden meestal niet langer dan 1 meter. In sommige streken van het uitgestrekte verspreidingsgebied worden de vrouwtjes van deze soort soms wel 1,50 meter lang.

Zuid-Amerikaanse ratelslangen zijn vooral ‘s nachts actief. Ze eten vooral kleine zoogdieren, waaronder kleine buideldieren en hagedissen.

Worden ze bedreigd, dan maken ze vibrerende bewegingen met de ratel aan de staart waardoor een dreigend luid ruisend geluid ontstaat. Ook brengen ze de kop via een S-vormige kronkel in de nek in aanvalspositie.

“Het gif is zeer effectief: het breekt de bloedlichaampjes van het slachtoffer af én werkt op het zenuwgestel”.
De hoektand is vergelijkbaar met een gebogen injectienaald; wanneer de bek van de slang gesloten is, zijn de hoektanden naar achteren gevouwen en liggen evenwijdig aan de gehemelte.

Ze komen voor in open gebieden in Suriname, vooral savannes in het kustgebied en in het zuiden. Ook op de vlaktes van Matapica, Galibi en Sipaliwini zijn ze regelmatig gesignaleerd.

De ratelslang is eierlevendbarend (paart tussen april en mei). Na een draagtijd van 4 tot 5 maanden komen de jongen dus direct na de geboorte uit het ei en zijn ongeveer 25 tot 30 cm lang.

Na ongeveer 2 jaar worden de jonge dieren geslachtsrijp en bereiken een leeftijd van 15 tot 20 jaar.

Samenstelling: ASHOK PHERAI’s NATURE SCOPE
Facebook: in 3 delen weergegeven | 07 maart, 9 maart en 11 maart 2022.

Aantal keer gedeeld

Pin It on Pinterest

Share This