Het parwabos
De jonge parwa is vooral van belang als broedplaats voor reigers en ibissen, hetgeen aanleiding is geweest om dit gebied tot natuurreservaat te bestemmen. Er broeden thans 7 soorten reigers dicht bijeen in de kolonie, maar nestplaatskeuze, broedtijd en voedselkeuze zijn voor iedere soort verschillend. In de parwa van een paar meter hoog bouwen vooral de kleine zilverreigers, kleine blauwe reigers, driekleurige reigers en geelkruinkwakken (dikkoppen) hun nesten.
De rode ibis heeft sedert 1966 niet meer aan de Coppenamemonding gebroed, doch wel op andere plaatsen langs de Surinaamse kust (dit hangt vermoedelijk samen met de toegenomen stroperijen van de jaren voorheen). Maar nog steeds geldt de Coppenamemonding als één van de belangrijkste slaapplaatsen. Het gehele jaar door brengen duizenden ibissen en reigers op min of meer vaste plaatsen in de parwa langs het estuarium de nacht door. De slaaptrek begint ‘s middags tegen 5 uur. De ibissen komen dan in lange rode linten samen met de reigers uit alle windstreken naar de slaapplaats om er gezamenlijk te overnachten in het parwabos. Soms kan het aantal tot enkele tienduizenden vogels oplopen. In de vroege ochtend, als de zon hun kleur nog niet verraadt, gaan de vogels allemaal binnen een zeer korre tijd op de vleugels om naar de diverse voedselgebieden langs de kust te gaan, die soms vele kilometers van het estuarium verwijderd liggen. Slechts enkele honderden vogels blijven in de monding achter om zich te voeden.
In de reigerkolonie treft men naast de zwarte gier nog de roodkopgier aan die het vooral voorzien heeft op de dode jonge reigers; de jongen vallen namelijk nogal eens uit het nest en zijn dan meestal reddeloos verloren doordat ze in de modder wegzakken en verdrinken zodra het water opkomt.