(Ned: Mierenhout)
Matig grote, slanke bomen, met niet hoge wortellijsten, in hoog zwampbos, vooral voorkomend in de jongere delen van de jonge kustvlakte. Als licht houtsoort verjongt mierenhout zich gemakkelijk op brandterreinen.
De naam is toe te schrijven aan het feit, dat vele bomen hol zijn en dan bewoond worden door een ‘venijnig’ soort mieren.
Het hout is licht grijsbruin tot rosebruin van kleur. Het hout is vrij licht tot matig zwaar( 600 kg/m3).
De kleine witte bloemen hebben een 6-slippig bloemdek. Na de bloei groeit het bloemdek van de vrouwelijke bloemen door en omhult het de driekantige vrucht; de 3 buitenste slippen vormen daarbij elk een lange witte vleugel. Bij de vruchtrijping verkleurt het bloemdek van wit naar bruin; de rijpe vrucht met de vleugels wordt al draaiend door de wind meegenomen.
Gebruiksmogelijkheden: constructies onder dak, timmerwerk, kisten en kratten, goedkope meubels en vaten voor droge stoffen.
Samenstelling: ASHOK PHERAI’s NATURE SCOPE
Facebook: in 1 deel weergegeven | 19 januari 2022